“Mijn ex was een onwijze narcist”

Vrijwel iedereen kent inmiddels wel iemand die zijn of haar ex een ‘narcist’ of ‘borderliner’ noemt. Of heeft er in elk geval over gehoord. Het zijn in de volksmond aanduidingen geworden voor mensen die extreem aan hun eigenbelang denken, manipulatief zijn, emotioneel explosief gedrag vertonen of structureel onvoorspelbaar handelen. En meestal begrijpen we prima wat ermee bedoeld wordt.

Toch wringt het. Niet omdat het gedrag niet schadelijk of destructief kan zijn, maar omdat deze termen afkomstig zijn uit de klinische psychologie en inmiddels functioneren als alledaagse karakteroordelen. Als psycholoog vind ik het belangrijk om hier nuance in aan te brengen. Niet om slachtoffers te corrigeren, maar juist om preciezer te worden over wat voor type gedrag we daadwerkelijk beschrijven.

Om dat helder te maken, helpt het om persoonlijkheid niet te zien als een set hokjes, maar als een continuüm.

Persoonlijkheid is een schaal, geen type

Persoonlijkheid verloopt niet in vaste categorieën. Er bestaat geen duidelijke scheidslijn tussen ‘normaal’, ‘lastig’ en ‘pathologisch’. Eigenschappen zijn gradueel: iedereen bezit ze in bepaalde mate. Wat verschilt, is de intensiteit, de flexibiliteit en de impact op het dagelijks functioneren.

Dat geldt ook voor eigenschappen die we als sociaal onwenselijk ervaren, zoals egoïsme, manipulatie of kilheid. Deze eigenschappen zijn niet per definitie afwijkend of ziek, maar kunnen problematisch worden wanneer ze extreem, hardnekkig en relationeel destructief zijn.

Normale persoonlijkheid en het HEXACO-model

In de moderne persoonlijkheidspsychologie wordt het HEXACO-model steeds vaker gebruikt als raamwerk voor het beschrijven van normale persoonlijkheid (als opvolger van het OCEAN model of de ‘Bi Five’). HEXACO onderscheidt namelijk zes hoofddimensies:

  • Honesty-Humility (eerlijkheid en bescheidenheid)
  • Emotionality (emotionaliteit)
  • Extraversion (extraversie)
  • Agreeableness (verdraagzaamheid)
  • Conscientiousness (consciëntieusheid)
  • Openness to Experience (openheid voor ervaringen)

Elke dimensie bestaat uit onderliggende trekken die gemeten worden op een schaal. Er zijn geen ‘types’ en geen vaste combinaties die iemand tot een bepaald persoon maken. Dat is geen tekortkoming, maar juist de kracht van het model: het sluit aan bij hoe persoonlijkheid zich in de werkelijkheid manifesteert.

Een cruciale toevoeging van HEXACO ten opzichte van eerdere modellen zoals BIg Five is de dimensie Honesty-Humility. Deze maakt het mogelijk om verschillen in moreel gedrag, oprechtheid, exploitatie en integriteit te beschrijven. Juist deze factor blijkt sterk samen te hangen met gedrag dat mensen in het dagelijks leven als ‘toxisch’ of ‘narcistisch’ ervaren.

Waarom typologieën zo aantrekkelijk zijn

Modellen zoals MBTI zijn populair omdat ze mensen een duidelijk label geven. Een type voelt overzichtelijk, herkenbaar en voorspelbaar. Het geeft houvast in sociale relaties.

Wetenschappelijk gezien schiet dit tekort. MBTI kent geen evidence-based grondslag en wordt daardoor ook niet door professionals gebruikt. Typologieën doen alsof persoonlijkheid uit discrete categorieën bestaat, terwijl de onderliggende eigenschappen continu verdeeld zijn. Het resultaat is psychologisch comfort, maar conceptuele vervorming.

En precies dat mechanisme zien we ook terug in het gebruik van termen als ‘narcist’ en ‘borderliner’.

Tussen normaal en ziek: de subklinische zone

Tussen normale persoonlijkheid en klinische persoonlijkheidsstoornissen bestaat een grote tussenzone: de subklinische varianten. Hier bevinden zich mensen die geen psychiatrische diagnose hebben, maar wel structureel trekken vertonen die relationeel schadelijk kunnen zijn.

Het overgrote deel van de mensen die in het dagelijks taalgebruik ‘narcist’ worden genoemd, bevindt zich niet in het klinische domein, maar in deze tussenzone.

De Dark Tetrad: wat mensen meestal bedoelen met ‘narcist’

De Dark Tetrad beschrijft vier sociaal onwenselijke persoonlijkheidstrekken die bij iedereen in enige mate voorkomen, maar bij sommige mensen sterk uitgesproken zijn:

  • Narcisme: een opgeblazen zelfbeeld, behoefte aan bewondering en geringe empathie.
  • Machiavellisme: strategisch, manipulatief en cynisch gedrag gericht op eigenbelang.
  • Psychopathie: emotionele kilheid, impulsiviteit en gebrek aan berouw.
  • Sadisme: plezier beleven aan het lijden of vernederen van anderen.

Mensen die hoog scoren op deze trekken vertonen vaak lage empathie, manipulatief gedrag, instrumenteel gebruik van anderen en weinig morele remming. In HEXACO-termen zien we hierbij vooral extreem lage Honesty-Humility, vaak gecombineerd met lage verdraagzaamheid en verhoogde impulsiviteit.

Dit profiel verklaart veel van het gedrag dat slachtoffers als ‘narcistisch’ ervaren, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een klinische persoonlijkheidsstoornis.

En borderline dan?

Borderline persoonlijkheidsproblematiek wordt in het dagelijks taalgebruik vaak op één hoop gegooid met manipulatief of destructief gedrag, maar inhoudelijk is dit een fundamenteel andere categorie.

Borderline draait primair om emotieregulatieproblemen, hechtingsangst, identiteitsinstabiliteit en chronisch innerlijk lijden. Waar de Dark Tetrad wordt gekenmerkt door exploitatie en affectieve kilte, wordt borderline juist gekenmerkt door emotionele overgevoeligheid en relationele paniek.

De schade voor de omgeving kan groot zijn, maar de onderliggende motivatie is niet instrumenteel of berekenend. Dit onderscheid is essentieel om morele verwarring te voorkomen.

Zeldzaam en ondergediagnosticeerd

Narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPD) is relatief zeldzaam, met prevalenties die doorgaans rond of onder de 1 procent liggen. Tegelijkertijd wordt NPD weinig gediagnosticeerd, vooral omdat mensen met deze stoornis zelden zelf hulp zoeken en weinig subjectieve lijdensdruk ervaren. Diagnostiek vindt daardoor vaak alleen plaats in specialistische of forensische contexten.

Het gevolg is dat de scheidslijn tussen subklinisch narcisme en een daadwerkelijke persoonlijkheidsstoornis in het dagelijks leven vrijwel onzichtbaar is. De meeste mensen komen nooit iemand tegen met een formele diagnose, maar wel mensen met uitgesproken narcistische trekken. Dat verklaart waarom het woord ‘narcist’ zo breed wordt gebruikt.

Die taal is begrijpelijk, maar niet zonder gevolgen. Door subklinisch schadelijk gedrag en een klinische stoornis onder één noemer te vangen, vervaagt het onderscheid tussen gedrag en diagnose. Dat doet geen recht aan mensen die daadwerkelijk met NPD te maken hebben gehad. Net zoals iemand met een offday zich ‘depressief’ noemen iets anders is dan leven met een klinische depressie of bipolaire stoornis, vraagt ook hier taal om precisie.

Subklinisch gedrag kan ernstig schadelijk en traumatiserend zijn, ook zonder diagnose. Maar juist daarom is het zorgvuldig omgaan met termen geen muggenzifterij, maar een kwestie van inhoudelijke helderheid en respect.

Een persoonlijkheidsstoornis wordt pas vastgesteld wanneer sprake is van een duurzaam, inflexibel patroon dat afwijkt van culturele normen, vroeg is ontstaan en leidt tot significante beperkingen in het functioneren.

Waarom ‘egoïst’ ook geen goed alternatief is

Hoewel egoïsme overlap vertoont met narcisme, is het geen adequate vervanger. Egoïsten kunnen empathie hebben en morele afwegingen maken, maar kiezen daar soms bewust niet voor. Bij hoge Dark Tetrad-scores ontbreekt die morele rem vaak structureel.

Wat zeggen we dan wél?

In plaats van klinische diagnoses als scheldwoord te gebruiken, is het inhoudelijk juister om te spreken over:

  • Mensen met sterk uitgesproken subklinische dark traits
  • Mensen met extreem lage Honesty-Humility
  • Mensen met een manipulatief en empathiearm persoonlijkheidsprofiel

Dat klinkt minder bevredigend dan ‘narcist’, maar het is wel correcter. Maar niet handig. We willen zelfstandig naamwoorden, geen bijvoeglijk naamwoorden. Dus voor dagelijks taalgebruik?
Dark traiter’: geen diagnose, maar een beschrijvende aanduiding voor iemand met uitgesproken subklinische dark traits. En uiteindelijk is dat eerlijker.

Conclusie

Het gemak waarmee we mensen een narcist of borderliner noemen, is begrijpelijk maar psychologisch slordig. In de meeste gevallen gaat het niet om persoonlijkheidsstoornissen, maar om subklinische persoonlijkheidsconfiguraties die relationeel schadelijk zijn.

Diagnoses zijn geen meningen. Ze zijn het resultaat van zorgvuldig professioneel onderzoek. En wie slachtoffer is geweest van destructief gedrag, zal eigenschappen logischerwijs zwaarder laten wegen dan een onafhankelijke observator.

Dat maakt het oordeel menselijk, maar niet automatisch correct.

Een diagnose is geen scheldwoord, en persoonlijkheid is geen aan-uitknop. Wie dat onderscheid negeert, verwart gedrag met identiteit.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *